Het winkelcentrum is door de loop der jaren nogal veranderd. Hoe is het om hier te ondernemen?

“In de dertien jaar zijn zeven ondernemers gestopt. Voorheen zaten hier een bakkerij, slager, slijterij, sigarenboer en een bloemist. Die zijn allemaal verdwenen. Dat was een klap voor ons. Maar omdat de mensen ons kennen en we een goede kwaliteit leveren, blijven de mensen komen.”

Hoe verklaar je jullie succes?

“We brengen het dorpse gevoel naar Amstelveen. Ik heb altijd in een dorp gewoond, zowel in Marokko als hier. Ik weet niet beter. Mijn ouders hadden vroeger een zaak in Wilnis. Jaren geleden hebben ze de overstap naar Amstelveen gemaakt. Dat is wel iets anders. Wilnis is een echt dorp; Amstelveen is een stad. Mensen zijn hier meer gehaast. Al scheelt het dat we hier wat meer in een buitenwijk zitten. In Wilnis kwam men voor een praatje of een bakje koffie, in Amstelveen doet men dat niet zo snel. Maar inmiddels zitten we hier al zo lang, dat de mensen ons goed kennen. En wij kennen de meeste mensen bij naam. Dat vinden we belangrijk: klanten zijn voor ons geen nummer. Van mijn ouders heb ik al jong geleerd dat ik klanten moet behandelen zoals ik zelf graag behandeld wil worden. We doen graag wat extra’s voor onze klanten. Dat zit in kleine dingen. Als iemand slecht ter been is, brengen we de boodschappen naar de auto. Of, helemaal in deze tijd, als mensen niet naar de winkel kunnen komen, dan brengen we de boodschappen thuis. Daarnaast is een goede kwaliteit van belang. Mijn vader koopt de groenten en het fruit op de veilig. Hij heeft echt een oog voor kwaliteit.”

Jij was zeker als kind al in de winkel te vinden?

“Ja, als klein jochie stond ik al achter de toonbank. Dan mocht ik af en toe een klant helpen. Op mijn vijftiende ben ik begonnen met werken in de winkel. Tussentijds heb ik verschillende andere baantjes gehad, mijn vader liet me vrij in die keuze. Ik heb gestudeerd. Maar ik kwam toch tot de conclusie dat ik dit het liefste doe. Bij andere baantjes voelde het meer als werk, bijvoorbeeld door het in- en uit klokken. Ik vind het werken met mijn familie leuk. En ik heb een band met de klanten.”

Gaat dat altijd goed, werken met je ouders?

“Natuurlijk is het ook weleens lastig. Ik zie ze de hele dag. Ik kan nog elke dag van ze leren, ze vertellen ook wat beter kan. Dat is niet altijd makkelijk. Maar als ik wat langer erover nadenk, hebben ze wel gelijk. Als je niet samen door één deur kan, hou je het niet met elkaar vol. Ik heb veel respect voor mijn ouders.”

Stel je ouders zouden geen groentespeciaalzaak hebben, wat zou je dan willen doen?

“Dan zou ik cabaretier willen zijn. Ik maakte in mijn jonge jaren op school al graag grappen. Ik heb er weleens over gedacht om er een jaar tussenuit te gaan en dan een opleiding hiervoor te volgen. Tot dusver is het er nog niet van gekomen. En naast het werken in de winkel is het te druk. Maar wie weet, ik ben nog jong. Ik haal voldoening uit mensen aan het lachen te maken en met elkaar te verbinden.”

Welke cabaretier vind je goed?

“Najib Amhali. Ik hou van zijn type humor, zijn zelfspot. Hij heeft eigen verhalen te vertellen en vertelt ook over de minder mooie kanten van het leven. Het hoeven niet altijd mooie verhalen te zijn, het kan ook over moeilijke zaken gaan.”

Met 28 jaar ben je nog jong. Heb je tot dusver moeilijke momenten gekend in je leven?

“Ik ben niet altijd een makkelijke jongen geweest, ook niet op school. Van mijn tiende tot dertiende heb ik bij ooms en tantes in Marokko gewoond. Daar heb ik geleerd dat de rijkdom die we hier kennen niet vanzelfsprekend is. Voor sommigen is het leven daar vooral een kwestie van overleven. Je moet het hebben van vrienden en kennissen, de overheid is niet zoals hier een vangnet. Daarom heb ik ook nooit lang zonder werk gezeten. Ik heb vanaf mijn vijftiende altijd gewerkt.”

Hoe zie jij jouw toekomst in het bedrijf?

“Daar heb ik nog nooit echt bij stilgestaan. Tot dusver gaat het telkens beter met de winkel. Maar soms maak ik me wel zorgen. We moeten het nu toch hebben van oudere klanten. Mijn generatie gaat niet zo snel naar een groentespeciaalzaak. Kant-en-klaar maaltijden winnen aan populariteit. Het moet steeds makkelijker. Dan denk je misschien niet direct aan een groentewinkel, terwijl we veel maaltijden en salades hebben. De kennis over groenten en fruit verdwijnt. Mensen van mijn generatie weten bijvoorbeeld niet meer wat een savooiekool is, hoe deze eruit ziet of hoe die smaakt. Alleen als mensen de kool tegenkomen in een recept zullen ze deze wellicht hier komen halen.”

Hoe komen jullie deze coronatijd door?

“Het gaat bij ons heel goed. Mensen kunnen niet meer uiteten, maar willen toch wat lekkers op tafel. Qua klanten is het drukker dan ooit. Alleen kunnen we niet aan restaurants leveren.”

Wie nodig je uit voor het volgende gesprek?

“Elena Nabatova, ze komt hier al jaren. Ik heb veel bewondering voor haar. Ze helpt iedereen: van jong tot oud. Daar stopt ze veel tijd en energie in soms zelfs ten koste van haarzelf. Ik wil graag weten hoe ze dat volhoudt.”

Naomi Heidinga