Hij hield altijd al van fietsen. Op zijn tiende kreeg hij een racefiets cadeau, en daarmee leek zijn lot bezworen. Toen hij twaalf was, maakte hij voor het eerst kennis met baanwielrennen, in een poging de winter te overbruggen. Het sprinten op de baan bleek hem goed af te gaan. Al was de eerste keer op zo'n fiets zonder remmen best even wennen. Toch koos hij voor het baanwielrennen.