De uitdaging is des te groter omdat er in Amstelveen nauwelijks ruimte is voor meer of bredere wegen. Amstelveen kent ook geen rondweg, zoals tal van andere gemeenten die wel hebben. Rondwegen werken uitstekend om niet-bestemmingsverkeer om woonkernen heen te leiden. In Amstelveen echter maakt vooral doorgaand verkeer in zuid-noord-richting veel gebruik van de binnenwegen, met name de Beneluxbaan en de Amsterdamseweg/Keizer Karelweg/Van der Hooplaan.

In de gemeentelijke Mobiliteitsvisie, die de verkeersvoornemens van het college voor de komende jaren omvat en die op 30 januari wordt besproken in de raadscommissie Ruimte, Wonen en Natuur, schrijft het college dat het doorgaand verkeer zoveel mogelijk óm Amstelveen heen wil leiden, maar het gaat niet erg diep in op de mogelijkheden daarvoor.

BOSRANDWEG Het meest concreet is de Mobiliteitsvisie over het buitenom leiden van verkeer uit Aalsmeer en Westwijk via de Bosrandweg en Schiphol-Oost naar de A9 in plaats van dat dit rijdt via de Handweg en de Van der Hooplaan. Een ideale route is dat echter nog niet, erkent wethouder Rob Ellermeijer (Verkeer en Vervoer), want vooral in de spitsen stroomt het verkeer daar bepaald niet optimaal door. "Het grote knelpunt is de brug bij Schiphol-Oost," zegt hij. "Dat is een flessenhals. Verkeer probeert daar vanaf de Bosrandweg naar de Fokkerweg te komen en omgekeerd, maar dat gaat moeizaam. De gemeente heeft de provincie gevraagd de brug in de spits niet te openen. Verder ben ik ook een groot voorstander van verbreding van de Bosrandweg, in ieder geval voor een deel nabij Schiphol-Oost, zodat het verkeer sneller op de Fokkerweg kan komen. Als je eenmaal door die flessenhals heen bent, dan gaat het verder wel vlot. Voor verkeer met bestemming Amsterdam wordt dit dan een aantrekkelijker route, want vanaf de A9 zit je zo op de A10."

"Wat je verder kunt overwegen is de Beneluxbaan tussen Bovenkerkerweg en Bosrandweg verbreden, zodat de route via Schiphol-Oost ook voor verkeer vanuit Uithoorn aantrekkelijker wordt. Maar dat moet eerst nader worden onderzocht."

BENELUXBAAN Voor de zuidelijke Beneluxbaan, waar het verkeer steeds moeizamer doorstroomt, zou je als alternatief kunnen denken aan een nieuwe route met het karakter van een (stuk) rondweg: vanaf de Bovenkerkerweg onderlangs om Middenhoven en Waardhuizen heen en achterlangs Groenelaan naar de A9. Maar dat tast het groene polderland aan en dat is voor Ellermeijer onbespreekbaar. Amstelveen is zuinig op zijn polders. Voor verkeer op weg naar de A9 blijft de aangewezen route Bovenkerkerweg - Beneluxbaan - Laan van Langerhuize - Burgemeester Boersweg. "Een grote verbetering in die route is wel de verbreding van het viaduct bij de Ouderkerkerlaan waaraan momenteel wordt gewerkt," zegt Ellermeijer.

Hij ziet ook dit als een belangrijke route voor verkeer naar de A9 met bestemming Amsterdam, al geeft hij toe dat voor automobilisten die specifiek op weg zijn naar Amsterdam-Zuid (VU, Zuidas) zowel de Beneluxbaan als de Keizer Karelweg/Amsterdamseweg een voorkeursroute zullen blijven. Op de Beneluxbaan verbetert de doorstroming enigszins doordat auto's samen met de tram onder drie drukke kruispunten door duiken, zodat die daar niet meer gehinderd worden door verkeerslichten. De Amsterdamseweg/Keizer Karelweg ziet Ellermeijer als een knelpunt, omdat hier geen ruimte is voor verbreding.

N201 Een weg die in de Mobiliteitsvisie niet wordt genoemd, maar ook helpt verkeer van de Amstelveense binnenwegen af te houden, is de provinciale weg N201. "Die loopt vlak langs Uithoorn, maar ligt op Amstelveens grondgebied," zegt Ellermeijer. "Dit is een uitstekende weg om de A2 en de A4 te bereiken. Een probleem is echter wel de flessenhals bij het aquaduct onder de Amstel, waar de weg van vierbaans tweebaans wordt, wat leidt tot files. Daarom zou ik graag zien dat de N201 ook daar vier rijstroken krijgt."

HUBS Omdat de ruimte voor meer en bredere wegen binnen Amstelveen beperkt is, denkt het college over het ontlasten van wegen door middel van zogeheten 'mobiliteitshubs', knooppunten waar automobilisten van elders hun auto parkeren en vanwaar zij verder reizen per openbaar vervoer of fiets. Zulke hubs zouden kunnen komen bij de A9 en in Amstelveen-Zuid. "Eerder is Uilenstede genoemd, maar een nadeel van die plek is dat als auto's daar parkeren, ze al door de hele stad heen gereden zijn," zegt Ellermeijer. "Dat schiet niet op."

In Zuid wordt de Sacharovlaan een belangrijk overstappunt tussen bus en tram, wat voorheen Poortwachter was. Het aangrenzende bedrijventerrein Legmeer wordt herontwikkeld, zodat hier kansen ontstaan voor een parkeervoorziening. Ook langs het toekomstige tramtraject naar Uithoorn zou volgens Ellermeijer zo'n overstappunt kunnen komen.

NOORD/ZUIDLIJN Het idee van hubs geeft aan dat de Mobiliteitsvisie inzet op het stimuleren van openbaar vervoer en fiets. Een ver toekomstperspectief is het alsnog doortrekken van de Noord/Zuidlijn vanuit Amsterdam, die veel autoverkeer van de weg kan halen. Maar de Amstelveenlijn wordt nu eerst omgebouwd. Het ligt niet voor de hand om na een paar jaar alweer geld uit te geven aan een volgende verbouwing.

Dat betekent dat bussen een belangrijke rol krijgen. Die rijden echter vaak mee met het overige verkeer en als dat stil staat, staan ook de bussen stil. Vooral de R-Net lijnen op de steeds drukkere Keizer Karelweg, Amsterdamseweg en Amstelveenseweg hebben hier last van. De gemeente studeert daarom op meer voorrang voor bussen op dit traject. Ook voor andere busroutes zijn verbeteringen mogelijk, bijvoorbeeld voor R-net lijn 300. Intussen blijft de fijnmazigheid om aandacht vragen.

FIETS De fiets wordt aantrekkelijker dankzij de opmars van de elektrische variant. Daarmee rij je gemakkelijk tegen de wind in en kun je verder fietsen zonder vermoeid op je werk aan te komen. Belangrijke gebieden waar Amstelveners werken liggen op minder dan 12 kilometer, een afstand die zeker per elektrische fiets uitstekend te overbruggen is. Aan de westkant heeft Amstelveen in de vorm van het Kazernepad al een belangrijke noord/zuid fietsroute. De Mobiliteitsnota oppert ook zo'n route te maken aan de oostkant van de stad.

Tenslotte staat in de Mobiliteitsvisie het idee om grote werkgevers en onderwijsinstellingen te vragen hun werk- en schooltijden te spreiden, om spitsen af te vlakken zodat niet iedereen op hetzelfde moment op de weg is. Er zal veel creativiteit nodig zijn om het Amstelveense verkeer in de toekomst in beweging te houden.

René de Leeuw