Zjian en Kamal komen uit Koerdistan. 25 jaar geleden vluchtte haar man uit Koerdistan vanwege de oorlog. Drieënhalf jaar later volgde Zjian, met hun drie kinderen. In Nederland kregen ze samen nog een dochter. “Mijn man had een eigen bedrijf als timmerman in Koerdistan. Hij wilde in Nederland graag hetzelfde beroep uitvoeren, maar dat ging niet: het systeem is hier anders. Hij heeft allerlei banen gehad, maar wilde het liefst weer voor zichzelf werken. Vijf jaar geleden kwam hij op het idee een groenten- en delicatessenwinkel te openen in Amstelveen. Mensen verklaarden ons voor gek: een dergelijke winkel zou niet werken in Amstelveen. Hij deed dat samen met een compagnon, die wat ervaring had met dergelijke winkels. Hij heeft de zaak na een jaar aan ons overgedaan. De eerste twee jaar waren moeilijk, maar het werd steeds drukker. Het werd zelfs zo druk, dat ik mijn baan heb opgezegd om mijn man te helpen. We worden steeds bekender, mensen weten ons steeds beter te vinden.”

Waarom zou een dergelijk concept niet werken in Amstelveen?

“In Amsterdam heb je veel van dit soort winkels, en komen er mensen van allerlei nationaliteiten boodschappen doen. Of mensen ons in Amstelveen ook zouden vinden, daar twijfelde men aan. Maar ons publiek is heel divers. We kiezen het beste uit verschillende culturen, en daarom komen er heel uiteenlopende mensen naar onze winkel.”

Wat voor baan heb je opgezegd?

“Ik werkte als begeleider met gehandicapte kinderen bij Ons Tweede Thuis. Ik hield van mijn werk, het was leuk om te doen. En ik had ervaring met kinderen met een beperking. Een van onze zoons is doof en slechtziend. Daarom heb ik gebarentaal geleerd. In Koerdistan zat ik samen met hem op school om het te leren. In Nederland heb ik verschillende cursussen gevolgd. Er waren drie soorten gebarentaal in Nederland, maar deze zijn nu samengevoegd. Mijn zoon, en zijn vriendin die tevens slechthorend is, hebben hun eigen taal ontwikkeld. Zijn situatie is niet makkelijk: het kan zijn dat hij zijn zicht helemaal verliest. Dat doet me pijn als moeder, maar ik kan er niets aan veranderen.”

Hoe is het om samen te werken met je man?

“We werken samen in de winkel, maar hebben verschillende taken. Hij doet het vlees en de groenten, ik kook en sta achter de toonbank. Koken is mijn passie, ik kan het goed. Ik vind het leuk om nieuwe dingen te bedenken. Zo heb ik laatst houmous met mango bedacht. Dat laat ik dan proeven aan de klanten. Ze vonden het lekker, dus dat verkopen we nu. Gaandeweg zijn er steeds meer producten bijgekomen.”

Wat vind je zelf het allerlekkerst?

“Ik houd van koken en dingen uitproberen. Gerechten met vlees, groenten en bulgur of rijst. Ik varieer met kleuren en kruiden en specerijen. Dolma’s: gevulde groenten met rijst en vlees, maak ik graag. Ook daarmee kun je eindeloos variëren.”

Je hebt drieënhalf jaar alleen gewoond voor je werd herenigd met je man. Dat moet een moeilijke tijd zijn geweest..

“Ja, dat was het ook. Ik was alleen met drie kinderen, had geen werk en wist niet of en wanneer ik mijn man weer zou zien. Na drie jaar stond ik voor de keuze: in Koerdistan blijven of naar hem toe gaan. Mijn familie wilde graag dat ik bleef. Maar ik wilde niet langer zonder mijn man, de vader van mijn kinderen. Ik ben op jonge leeftijd getrouwd, op mijn zestiende kreeg ik ons eerste kind. Het leven was zeker niet makkelijk: door de oorlog ben ik twee kinderen verloren. Ons zoontje van acht en een baby, die werd ziek. Daarnaast heeft de oorlog meerdere slachtoffers geëist: diverse familieleden kwamen om. Mijn opa stierf van de honger. Als Koerden moesten we vluchten naar Iran. Ook al hadden we geld, dat konden we niet eten. Ook mijn kinderen en ik leden honger.”

Je komt over als een actieve vrouw, met een positieve instelling. Toch heb je vele tegenslagen gekend. Hoe ben je dat te boven gekomen?

“Ik wilde het anders doen dan mijn moeder. Mijn oudste broer overleed op 21-jarige leeftijd. Mijn moeder heeft zeven jaar lang gerouwd. Ze huilde elke dag, droeg zwarte kleding en wilde geen dolma’s meer maken, omdat mijn broer daar zo van hield. Dat wilde ik niet. Je maakt jezelf ermee kapot: je kunt immers niets aan de situatie veranderen. Ik heb gehuild en gerouwd en ben soms nog steeds verdrietig. Dan laat ik het verdriet toe, huil ik en spreek ik af met vriendinnen. We zijn met z’n vieren en weten alles van elkaar. Ik heb tegenslagen en verdriet telkens overwonnen, ben verder gegaan. De afgelopen maanden waren voor veel mensen moeilijk, vanwege de coronacrisis. Ik heb veel angstige mensen gezien, ook in onze winkel. Maar je kunt je leven niet door angst laten regeren. Je moet door.”

Mis je het leven in Koerdistan?

“Ik mis mijn familie en de natuur. Ik ben de oudste uit een gezin met elf kinderen. Nadat ik was gevlucht, kon ik acht jaar lang niet terug. Dat was moeilijk. Toen ik eindelijk mijn familie kon bezoeken, vonden ze me veranderd. 25 jaar in een ander land, dat zorgt ervoor dat je veranderd. Ik probeer elk jaar naar Irak te gaan; dit jaar lukt dat niet in verband met corona. Als ik er ben, moet ik eerst een tijd wennen. De eerste dagen snap ik soms niet wat mensen zeggen of bedoelen. Pas als ik er een aantal weken ben, voel ik me weer thuis. Mijn man en ik hebben het erover om over een tijd een aantal jaar terug te gaan, en tijd door te brengen met onze ouders. Nu zijn ze er nog. Dat doen we pas als de kinderen allemaal hun weg hebben gevonden, zelfstandig wonen of getrouwd zijn.”

Wie nodig je uit voor het volgende gesprek?

“Een vriendin, Soza, ze is reiki meesteres. Ze is ook van Koerdische komaf. Ze gaf vroeger reiki cursussen aan vrouwen, waar ik ook aan mee heb gedaan en veel van heb geleerd. Graag zou ik haar willen vragen of ze ooit nog eens een cursus wil geven.”

Naomi Heidinga