Er is meer geld nodig om de Amstelveense kunst- en cultuursector te helpen. “De manier waarop we cultuur beleven, gaat veranderen vanwege corona. Dat vraagt om nieuwe ideeën. Begin september organiseren we daarom bijeenkomsten waarvoor we alle culturele instellingen uitnodigen, om te kijken hoe we het kunst- en cultuuraanbod kunnen behouden voor de toekomst.”

BIJDRAGE RIJK De subsidie van de provincie komt bovenop een bijdrage van het Rijk, bedoeld om de kunst- en cultuursector te steunen. “Dat ging om een bedrag van 300 miljoen euro. Maar dit geld wordt vooral gebruikt om de culturele instellingen in de grote steden overeind te houden. Voor andere steden, zoals Amstelveen, blijft niet veel over. Om een vergelijking met de sport te maken: de steun is vooral toegezegd aan de topsport, in plaats van de breedtesport. Terwijl Amstelveen in de laatste categorie past.”

De VVD-wethouder kan zich daarom vinden in een oproep van PvdA leider Lodewijk Asscher. Hij wil het steunpakket verhogen naar een bedrag van 1 miljard euro. Geen slecht idee, vindt Raat. “Kunst en cultuur is enorm belangrijk voor de stad. Het is niet alleen leuk voor een elite groepje, maar ook goed voor de economie en het welzijn. Het is van groot belang voor de leefkwaliteit in Amstelveen dat we de kunst- en cultuursector weten te behouden.”

KWIJTSCHELDING Gemeenten worden gevraagd zelf te bepalen waar de nood het hoogst is, en welke partijen in aanmerking zouden moeten komen voor noodsteun. Ze moeten ook zelf voor een deel bijdragen aan de steun. “Een manier om instellingen tegemoet te komen, zou bijvoorbeeld het kwijtschelden van de huur zijn. Wanneer we dit voor een periode van zes maanden zouden doen, gaat het al om een bedrag van 9 ton. Dat is meer dan het bedrag dat we van de provincie zouden krijgen.”

NIEUWE IDEEËN De wethouder heeft onlangs met raadsleden een ronde gemaakt langs bijna alle culturele instellingen die Amstelveen rijk is. “Wat goed was om te zien dat er naast alle corona-ellende ook nieuwe ideeën ontstaan. Dat zie je bijvoorbeeld ook in de horeca. Sommige ondernemers zijn lamgeslagen, anderen zetten direct nieuwe initiatieven als een afhaalservice op.” 

2021 wordt een heel spannend jaar 

Raat ziet dat instellingen meer zijn gaan samenwerken. Ook met andere sectoren. “Er wordt bijvoorbeeld vaker overlegd. Dat is een goede ontwikkeling. In het samen optrekken zit een enorme meerwaarde. Zo kan een meer divers aanbod worden gecreëerd en een breder publiek worden bereikt. De tijd van een kaartje kopen voor alleen een museumbezoek is voorbij. Mensen willen een totaalbeleving. Dat kunnen we in Amstelveen bieden: de culturele instellingen zitten bij elkaar om de hoek. Door samen te werken kunnen ze een totaalpakket leveren.”

EROP OF ERONDER Begin september organiseert de gemeente bijeenkomsten voor raadsleden en de Amstelveense kunst- en cultuursector, om te kijken wat mogelijk is met het oog op de toekomst. “2021 wordt een heel spannend jaar. Voor veel instellingen wordt het erop of eronder. Alles heeft te maken met de coronacrisis: wordt er een medicijn gevonden en kunnen we terug naar normaal of blijven we de 1,5 meter samenleving houden? Daar maak ik me zorgen over. Voor instellingen die het moeten hebben van volle zalen, zoals P60 en de Schouwburg, is het op zo’n manier moeilijk om voorstellingen rendabel te maken.” 

PAVILJOENEN Een alternatief is volgens Raat om kunst en cultuur aan te bieden via paviljoenen, ruimten in de openlucht. “Buitensporten zijn we inmiddels gewend. Voor de kunst- en cultuursector biedt dit wellicht ook kansen. Op dit gebied zijn er al wat locaties voor handen. Denk aan het Bostheater, maar ook het Openluchttheater in Elsrijk. Ook de buitenruimte bij de ateliers aan de Van Weerden Poelmanlaan zou beter benut kunnen worden. Dit soort initiatieven komen in deze tijd makkelijker van de grond, aldus Raat. “Partijen staan er meer open voor. Bovendien is het ook nodig. We zullen minder gaan reizen, vliegen wordt duurder. Voor alle Amstelveners, maar zeker voor mensen met een kleinere portemonnee, is het belangrijk dat we ons voorzieningenniveau op peil houden.”

Naomi Heidinga