Ze heeft drie weken vrij. “We hebben tot 16 juli doorgetraind. 4 augustus beginnen we weer. Dit is de tijd om te ontspannen. Deze week raak ik geen stick aan.” Dat lukt niet helemaal, voor de foto maakt ze graag een uitzondering. De hockeystick lag nog in de auto, vanwege een clinic die ze vorige week gaf tijdens een hockeykamp. “Dat vind ik leuk om te doen. Als kind ging ik er ook graag heen.”

QUI VIVE Felice begon bij Qui Vive, de hockeyclub in De Kwakel. “Al mijn vriendinnetjes zaten op hockey. Toen ik ging kijken was ik meteen verkocht.” Het leuke aan hockey is in de eerste plaats dat het een teamsport is, vindt Felice. “Daarnaast de techniek en passie die je in de sport zit. Je zet je als team in om een prijs te pakken. Ik vind het leuk om met mijn maatjes op het veld te staan.”

Elke hockeyer heeft volgens Felice zo zijn of haar eigen speelstijl. “Ik moet het vooral hebben van het dribbelen en mijn snelheid.” Bij haar club, Amsterdam, staat ze op het middenveld, in oranje speelt ze in de spits. De afwisseling vindt ze leuk. “Bovendien word ik zo uitgedaagd om na te denken over mijn spel. Hoe kan ik als spits het de verdediging zo lastig mogelijk maken? En hoe kan ik vrijlopen zodat het middenveld me goed kan aanspelen?”

Op haar twaalfde maakte ze deel uit van de districtsselectie, met daarin de beste speelsters uit Noord-Holland. Acht speelsters kwamen uit voor Amsterdam, haar huidige club. “Ze vroegen of ik niet bij hen wilde komen spelen.” Zo maakte ze de overstap naar de Amsterdamse club. “Verder heb ik de gebruikelijke route bewandeld, om uiteindelijk in het eerste van oranje uit te komen. Sinds mijn zestiende speel ik bij mijn club voor dames 1. In het eerste jaar combineerde ik dat met het uitkomen voor de A1. Dat was echter teveel van het goede: zes keer trainen in de week en dan op zaterdag en zondag nog een wedstrijd spelen. Daarom ben ik op een gegeven moment alleen nog voor dames 1 gaan spelen. Het was een mooie kans: daardoor heb ik op jonge leeftijd al veel ervaring op kunnen doen.”

OMGAAN MET DRUK Spelen in de beste competitie van de wereld en uitkomen voor oranje: dat brengt druk met zich mee. Hoe gaat ze daar mee om? “Ik zeg tegen mezelf: blijf gewoon rustig. Doe wat je de afgelopen vijftien jaar heb gedaan, het is niet opeens anders. Daarnaast zorg ik ervoor dat ik me met de juiste mensen omring: teamgenoten en mijn coach. Je moet niet alleen met de druk of willen presteren bezig zijn. Relativeren, en af en toe achterom kijken om te zien wat je al hebt behaald, is ook belangrijk. Je moet ook kunnen genieten.”

Genieten en relativeren, ok, maar dat doet niets af aan haar vastbeslotenheid het hoogst haalbare na te streven. “Meedoen aan de Olympische Spelen en internationale toernooien bijvoorbeeld.” Die drive om het beste uit jezelf te willen halen, is belangrijk. “De concurrentie, zeker bij oranje, is moordend. Dat betekent overigens niet dat de sfeer niet goed is: binnen het veld ga je er weliswaar vol voor, je doet immers mee om jezelf in de selectie te spelen. Maar buiten het veld gaat iedereen goed met elkaar om.”

Vanwege de coronacrisis waren de laatste maanden anders dan anders. De competitie werd gestaakt. “Ik heb zes weken thuis gezeten zonder te hockeyen. Dat betekende op een andere manier trainen: van de club kreeg ik bijvoorbeeld een loopschema. Daarnaast heb ik (getafel)tennist. Thuis was het even wennen: iedereen van ons gezin is normaliter heel druk. Nu was iedereen thuis. We hebben veel spelletjes gespeeld. En we hebben sinds kort een puppy.”

Normaliter traint ze acht keer in de week, waaronder tweemaal krachttraining. “Het jaar is verdeeld. De ene periode train je een periode met je club, een andere periode met oranje en soms met beide.”

STUDEREN Naast de hockey, is ze aan het studeren. Ze zit in het derde jaar van haar studie bedrijfskunde aan de Hogeschool van Amsterdam. “Tot dusver is het goed te combineren. Het vraagt wel een strakke planning. En soms is het lastig om trainingskampen en tentamens te combineren. Gelukkig denken de mensen van de HvA goed mee. Ik mag tentamens thuis doen, of opdrachten, indien nodig, later inleveren. Tijdens de coronacrisis heb ik twee vakken kunnen inhalen.”

Sporten op hoog niveau en daarnaast studeren vraagt om veel discipline. “Ik heb een topsportersmentaliteit. Alles staat in het teken van winnen, bij welk spelletje dan ook. Ik weet dat je bepalend bent voor je eigen succes. Topsporters worden wel eens als egoïstisch gezien. Dat klopt misschien wel. Maar je moet ook aan jezelf denken, weten wanneer je je rust moet pakken. Soms betekent dat een avondje thuis blijven; op de bank liggen in plaats van mee te gaan met vriendinnen.”

Alles lijkt haar voor de wind te gaan, al heeft ze ook tegenslag in haar sportieve carrière gekend. “Op mijn achttiende werd ik geselecteerd voor het Nederlands team. Toen legde ik mezelf heel veel druk op, ik mocht van mezelf geen fouten maken. Bij de uiteindelijke selectie viel ik er net naast. Dat was teleurstellend. Het zette me ook even op mijn plek: het gaat niet allemaal vanzelf. Je moet kneiterhard werken om de top te behalen en er te blijven. Het jaar erop mocht ik me echter weer bewijzen en toen lukte het wel. Ik was veel meer ontspannen en was er voor mijn gevoel meer klaar voor.”

RECHTEN Ze hoopt nog jaren te kunnen hockeyen. Bij Amsterdam voelt ze zich op haar plek. Buitenlandse competities lonken niet, de Nederlandse is een van de beste ter wereld. “Naast hockey wil ik zo lang mogelijk studeren. Wellicht ga ik hierna een studie rechten doen. Eerst mijn huidige studie afronden, dan zie ik wel weer verder.”

Naomi Heidinga