De Aalsmeerse heeft net haar vwo-diploma gehaald. Het was een vreemd schooljaar, zo zonder eindexamen. “Gelukkig heb ik daarvoor de havo wel met een regulier eindexamen afgesloten. Ik weet dus wel hoe het is om eindexamen te doen.” Na haar havo wilde ze haar vwo halen, omdat ze geneeskunde wilde studeren. “Jammer genoeg ben ik niet toegelaten. Ik heb echter een andere interessante studie gevonden: psychobiologie. Hierbij richt je je op de biologische processen in de hersenen.” Spijt heeft ze niet van haar keuze om een stapje hoger te gaan. “De havo ging me vrij makkelijk af, ik haalde goede cijfers. Op hbo niveau kon ik echter geen studies vinden die me interessant leken. Door mijn vwo diploma te halen, heb ik sowieso meer keuzemogelijkheden.”

HAARLEM Famke is de jongste uit een gezin van drie kinderen. Haar oudere broer en zus zijn het huis al uit. Als kind zaten ze met z’n drieën op schaatsen. “Mijn eerste rondjes reed ik op de Jaap Eden ijsbaan, daarna ben met de Kudelstaartse IJsvereniging STGVZOD op de ijsbaan in Haarlem gaan rijden. Mijn buren gingen elke zondag om half acht naar de Haarlemse ijsbaan. Ze vroegen of ik meewilde. Dat leek me wel wat. Uiteindelijk kwam ik in de marathonselectie van Haarlem terecht.”

Wat ze leuk vindt aan haar sport? “Het geeft een lekker gevoel als je aan het trainen bent, of een wedstrijd aan het rijden bent. Vooral wanneer je op een goede en snelle baan rijdt, die net gedweild is. Rondjes rijden over het ijs, daar word ik blij van. Het mooie aan marathons rijden vind ik vooral ‘het spelletje’ en dat er zoveel kan gebeuren in een wedstrijd. De gene die met de sterkte benen bij de start staat is niet per se ook de gene die het eerst over de streep komt, en dat vind ik er juist het leuke aan.”

LANGEBAAN Het marathonschaatsen vindt ze zwaarder dan de langebaan, wat ze eerst deed. “Bij deze langebaan wedstrijden kwam ik uit op verschillende afstanden. Bij de 500 meter duurt je wedstrijd nog geen minuut. Bij de marathon schaats je veel meer rondjes, dat is best zwaar. Ook moet je er veel voor trainen.”

De manier van trainen is afhankelijk van het seizoen. “In de zomer sta ik niet op het ijs, dan is het vooral wielrennen, droog trainen, hardlopen en krachttraining. In de winter sta ik meermaals per de week op het ijs, rijd ik wedstrijden en doe ik aan wielrennen. In de zomer moet het een beetje gebeuren, dan werk je aan conditie en kracht. In de winter werk je meer aan de techniek en onderhoud je je conditie.”

ZENUWACHTIG Hoewel ze het schaatsen heerlijk vindt, is het ook wel lekker als het zomerseizoen aanbreekt. “Juist de afwisseling van de verschillende sportdisciplines vind ik leuk. Bovendien doe ik in de zomer niet mee aan wedstrijden. Dat betekent even geen druk. Ik ben namelijk voor elke wedstrijd zenuwachtig. Dit seizoen ga ik voor het eerst met een team rijden. Dat betekent dat ik niet meer alles alleen hoef te doen. De voorbereiding op de wedstrijden doe ik dan met anderen en de ploegchef vertelt tijdens de wedstrijd wat je moet doen. Hopelijk helpt dat tegen de zenuwen.”

Omdat ze nu onderdeel is van een team, krijgt ze ook hulp met trainingsschema’s. “Ik wist wel hoe ik moest trainen, maar het is fijn dat ik nu hulp krijg. Dan weet je zeker dat de opbouw goed is, en waar je naartoe werkt. Vooral tijdens het winterseizoen is het soms zoeken – je wilt wel trainen, maar voorkomen dat je jezelf overbelast.”

VOEDING Een andere uitdaging is de juiste voeding. “Ik ben daar tegenwoordig meer mee bezig. Omdat ik veel sport, moet ik ook veel eten. Een sport als wielrennen kost veel energie. Als ik vier uur ga fietsen, moet ik elk uur iets eten. Als je al zoveel eet, is het soms een uitdaging om op gewicht te blijven. Ik wil namelijk wel gezond eten. Twee jaar geleden heb ik bij het skeeleren mijn kaak op drie plaatsen gebroken. Zes weken lang mocht ik alleen vloeibaar voedsel. Dat was afzien.”

Het afgelopen seizoen heeft ze veel geleerd over het marathonschaatsen. “Het is een spelletje, dat je alleen in de vingers krijgt met ervaring. In het verleden ging ik soms te vroeg mee met ontsnappingen. Dan was ik al moe wanneer een groepje de echte demarrage, waarmee met de wedstrijd werd bepaald, inzette. Ik kan nu beter doseren. Met mijn nieuwe trainingsschema kan ik mijn conditie verder verbeteren. Mijn droom is om door te stromen naar de A-rijders. Marathonschaatsen is geen olympische discipline, in plaats daarvan heb je de massastart. Ik ben wel benieuwd of dat iets voor me is.” Rijk worden van de marathonsport zit er niet in. “Waarschijnlijk kan alleen Ireen Schouten ervan leven. Wanneer zij aan de start verschijnt, wint ze de wedstrijd meestal ook.”

VRIENDINNEN Met het trainen, wedstrijden rijden en school blijft er soms weinig tijd over voor vriendinnen. “In de zomer is het makkelijker, dan zit ik niet vast aan bepaalde tijden en kan ik trainen makkelijker verzetten. Ik kan op vrijdag later naar bed gaan, want ik heb de volgende dag geen wedstrijd. In het winterseizoen is het lastiger. Dan is het wel eens vervelend als je niet naar een verjaardag kan. Het scheelde dat ik mijn vriendinnen elke dag op school zag. Daarnaast heb ik vriendinnen bij het schaatsen.” Hoe ze straks het schaatsen met haar studie kan combineren moet ze nog even afwachten. “Al scheelt het dat de hoorcolleges online worden gegeven. Die kan ik op elk gewenst moment volgen. Lastiger wordt het misschien met een trainingskamp. Dit seizoen ga ik voor het eerst naar de Weissensee. Wanneer ik diezelfde periode tentamens heb, kan dat misschien niet doorgaan.”

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met AmstelveenSport. 

Naomi Heidinga

Aangeleverd
Foto: Aangeleverd
Marathonschaatsen is zwaar. Er moet veel getraind worden.