Rineke Jungst begeleidt Jasmine Singh uit India bij het leren van de Nederlandse taal.
Rineke Jungst begeleidt Jasmine Singh uit India bij het leren van de Nederlandse taal. naomi heidinga

De Nederlandse taal is de belangrijkste bindende factor

Achtergrond Internationalisering

AMSTELVEEN ‘De Amstelveense samenleving is veelkleuriger en internationaler geworden. Dit vraagt om nieuw passend beleid voor een sterke sociale basis in onze stad.’ Uit: ‘Amstelveen Ontmoet Elkaar’, een visie van de gemeente Amstelveen, december 2020. Het Amstelveens Nieuwsblad bericht deze weken over die sociale basis. Hoe staat het ermee? Vandaag deel 5: Taal.

Uit alle gesprekken die ik voor deze serie heb gevoerd met politici, wijkcoaches, voorzitters en inwoners komt, als het over ‘Elkaar Ontmoeten’ gaat, één constante naar voren: de Nederlandse taal. Vrijwel iedereen vindt het beheersen van het Nederlands essentieel om te verbinden. Recent onderzoek van de gemeente bevestigt dat ook. Taal wordt door respondenten verreweg het vaakst  genoemd als belemmering in het leggen van contacten.

De gemeente steunt organisaties en initiatieven om Nederlands te leren. Bij het Taalhuis bestaat die mogelijkheid. Nieuwkomers maar ook Amstelveners met een taalachterstand kunnen gratis worden bijgestaan. Coördinator Dirma Nagelhout. “Wij hebben zogenoemde taalkoppels. We matchen inwoners die bij ons komen om de taal te leren (taalaanvragers) met vrijwilligers (taalcoaches). Die laatste gaan met hen aan de slag. De aanvrager moet wel een basisniveau Nederlands hebben.” 

[G-KLANK] Eén van de taalaanvragers is de Indiase Jasmine Singh. Samen met haar begeleidster Rineke Jungst komt zij één keer per week in het Taalhuis om twee uur de Nederlandse taal te leren. Singh, technisch ingenieur en in het bezit van drie masters: “Ik wil heel graag Nederlands leren schrijven en spreken. We zijn hier vanaf 2016 en willen in Nederland blijven. Onze kinderen, twee meisjes van 6 en 12, gaan naar Nederlandse scholen. Als zij met elkaar spreken voel ik me vaak buitengesloten. Bovendien is het prettiger op mijn werk ook Nederlands te kunnen spreken.” 

Singh vindt de Nederlandse taal moeilijk, vooral woorden waar de g-klank in voorkomt. “Scheveningen bijvoorbeeld. Of luchthaven. Maar ook woorden waarin de spelling veel op elkaar lijkt: kopje of koopje. Of gesloten of gestolen.” Elke week putten Jungst en Singh tijdens het oefenen uit een weekkrant. Daar staan drie nieuwsartikelen in en daar praten zij dan over. Deze week ging het over storm Corrie die over Nederland had geraasd. Singh: “In het artikel stond het woord weerdeskundigen. Dat is een moeilijk woord, dat onderstreep ik dan dik om het met Rineke erover te hebben.” 

[TAALCOACH] Marjolijn Waal is ook een aantal jaren taalcoach. Zij heeft meerdere taalaanvragers begeleid en staat momenteel twee Iraanse vrouwen bij. Waal: “Doordat zij in quarantaine zitten ging de afspraak deze week niet door. Ik heb me altijd met taal beziggehouden en vind het leuk om te doen.” 

Zij merkt dat het een enorm verschil maakt of nieuwkomers Engels spreken of niet. “Taalaanvragers uit de Indiase gemeenschap doen dat vaak wel, en die pikken het eerder op. Cursisten uit Arabische landen minder. Dat is ook begrijpelijk: zij lezen van rechts naar links, en kennen het alfabet niet.” Zij hoort van taalaanvragers geregeld dat Nederlandse Amstelveners in het dagelijks leven al snel op Engels overschakelen als ze met nieuwkomers in aanraking komen. Tijdens haar lessen merkt ze dat taalaanvragers dat niet prettig vinden. Zij willen juist Nederlands leren.

Waal zegt ook dat zij wel haar grenzen moet bewaken. “Mijn ervaring is dat je coach van alles en nog wat wordt. Vragen van taalaanvragers gaan over de huisarts, het werk, het verkeer. Ook is er vaak onduidelijkheid over de afvalverwerking. Sommigen vinden dat een heel gedoe. Misschien is het een idee voor de gemeente om per onderwerp aan te gaan geven: hoe gaan wij in Amstelveen om met?” 

Ook in andere organisaties en delen van Amstelveen wordt aan het leren van de Nederlandse taal gewerkt. In Groenelaan komt een groep Japanse kinderen elke zaterdagochtend bij elkaar. In Bankras-Kostverloren op woensdag een groep vrouwen. Zij leren in de praktijk. Tijdens bijvoorbeeld het koken en tekenen dienen zij alles in het Nederlands te doen. “Het werkt, ze pikken het sneller en eerder op”, zegt Ghoesna Janmohamed, wijkcoach in Bankras-Kostverloren. 

[GEMISTE KANSEN] Caron Honold van stadsdeel Keizer Karelpark plaatst wel een kanttekening. “Er gebeuren mooie dingen, er zijn veel professionele en gemotiveerde vrijwilligers, er worden kwalitatief goede cursussen aangeboden, maar de realiteit is dat bij veel nieuwkomers het niveau van het Nederlands nooit voldoende zal zijn. Wat jammer genoeg gemiste kansen tot gevolg heeft. Een vluchteling, een gediplomeerd verpleegkundige, wiens taalvaardigheid maar langzaam vorderde, wilde helpen bij het inenten. Ik belde een wervingsbureau, misschien kon de persoon inspringen bij een priklocatie? Dat kon niet, immers bij de inentingen dien je Nederlands te spreken om mensen op hun gemak te stellen. Kan de persoon bijvoorbeeld alleen Arabisch-sprekende inwoners prikken, vroeg ik? Helaas waren de inentingsoperaties te grootschalig van opzet om dit soort maatwerk te kunnen leveren, zei de persoon die ik aan de lijn had met spijt. Er kan wat mij betreft met veel meer creativiteit gekeken worden naar de arbeidsinpassing van mensen die op weg zijn de taal te leren.”

[SAMENLEESGROEP] Vindingrijk zijn ook medewerkers van het Odensehuis in wijkcentrum Alleman. Coördinator Natalia Leviti: “We hebben een bijzondere samenwerking tussen het Odensehuis, de Culturele Apotheek en het project Vergeten Talent. Elke woensdagochtend komt in het Odensehuis een gemengde ‘Samenleesgroep’ bij elkaar. Ongeveer de helft bestaat uit mensen met beginnende dementie en het andere deel uit anderstaligen die hun Nederlands willen verbeteren. Een opmerkelijke combinatie op het eerste gezicht, maar ze helpen elkaar. Niet-Nederlanders hebben bijvoorbeeld moeite met een aantal uitdrukkingen en moeilijke woorden. Een vraag van niet-Nederlandstaligen was onlangs: wat is blindemannetje? De mensen met beginnende dementie leggen hen dan uit wat het betekent en trainen hun geheugen. Zo snijdt het mes aan twee kanten.” 

Taal is en blijft de bindende factor. Rineke Jungst beaamt dat: “Om een volwaardig lid te zijn van de Nederlandse samenleving is het essentieel dat de taal wordt geleerd. Daarom ben ik dit vrijwilligerswerk ook gaan doen.” Maar het valt soms niet mee voor de nieuwkomers. Jasmine Singh: “Een tijdje geleden reed een politieauto achter me en boven op hun auto verscheen een bord met het woord Vogel erop. Ik dacht vogel, wat voor vogel? Wat is dit? Wat willen ze? Ik ben maar gestopt. Dat was ook de bedoeling. Er was niets aan de hand, maar toen ik er naar vroeg zei de agent dat er ‘Politie Volgen’ op stond.”

[Dit artikel is mede tot stand gekomen door een bijdrage uit het Mediafonds Amstelveen.]

Martin Bons

advertentie